Rouw roept zachter

Rouw verdwijnt niet door drukte. Soms roept ze alleen wat zachter. Over verlies, veerkracht en het vinden van ruimte voor gemis.
 

Stel je rouw voor als middelpunt van een doolhof. Het is er, je hoort het soms heel zacht. Maar de weg naar rouw loopt langs alles wat in je leven roept. Je werk, je gezin, alles wat er nog geregeld moet worden. Als iets veel aandacht vraagt, loop je als het ware tegen een muur. Je reageert op wat er dan het hardst roept. Zonder je weg te vervolgen naar je rouw. Soms loop je rondjes in je werk. In de zorg voor anderen. In alles wat er dan moet. Je bent druk en komt niet dichter bij je rouw.

 

“Goed hoor. Druk”.

 

Een veelgehoorde reactie van mensen als je vraagt hoe het met ze gaat. Goed en druk, ze geloven zichzelf bijna.

 

Rouw verdwijnt niet door drukte. Rouw is minder merkbaar aanwezig, rouw roept wat zachter. Een mail, een kind dat je nodig heeft, een partner die zich afvraagt waar je bent, een deadline: ze roepen hard, en je aandacht gaat naar wat het hardst roept.

 

Stel je rouw voor als middelpunt van een doolhof. Het is er, je hoort het soms heel zacht. Maar de weg naar rouw loopt langs alles wat in je leven roept. Je werk, je gezin, alles wat er nog geregeld moet worden. Als iets veel aandacht vraagt, loop je als het ware tegen een muur. Je reageert op wat er dan het hardst roept. Zonder je weg te vervolgen naar je rouw. Soms loop je rondjes in je werk. In de zorg voor anderen. In alles wat er dan moet. Je bent druk en komt niet dichter bij je rouw.

 

De muur van het doolhof is echt. Een zieke partner, een baan die je nodig hebt. De muur kan ook iets zijn dat je zelf neerzet. Een muur omdat je weet dat daarachter pijn ligt. Het verschil tussen deze muren is niet altijd merkbaar.

 

Aan de rand van het doolhof staan mensen die het goed bedoelen. Ik noem dit je buitenwereld. Ze zien niet wat jij wel ziet. “Pak je leven weer op”, “het is nu al zo lang geleden”, “het is toch beter zo”. Vaak roep je zelf nog harder.

 

Lopen in je doolhof is niet per se verdwalen. Het is je houvast. “Gezonde rouw beweegt heen en weer tussen het gemis en het leven dat doorgaat” (Stroebe & Schut). Als je besluit te stoppen met lopen, dan wordt het lastig in mijn ervaring.

 

Een dag in het jaar zet de “buitenwereld” een bordje bij het doolhof om de route naar rouw aan te geven. Vandaag is het Allerzielen.

 

Neurowetenschapper Mary-Francis O’Connor beschrijft rouwen als leren. Je brein blijft verwachten dat degene van wie je houdt er nog is, en moet langzaam leren dat die verwachting niet meer klopt. Dat gaat niet in een rechte lijn. Daarom denk je zo vaak aan hoe diegene lachte of wat je nog had willen vragen.

 

Dat denken hoeft nergens heen, dat mag er zijn. Bij de kaars die je opsteekt, bij het uitspreken van zijn of haar naam, bij de plek die van jullie was. De band die er was tussen jullie stopt niet. Hij verandert. Voor de een is dat een troost, voor de ander is dat zwaar. Daar zit geen waardeoordeel op.

 

Allerzielen is één dag, rouw kent er 365.

 

Zoek ook op andere dagen naar de route van rouw. Maak de korte wandeling om te landen. Bij The Living Room begin je klein. In je eigen tempo.

 

Room to Breathe. Strength to Care.

Bronnen: Stroebe & Schut (1999); O’Connor (2022). Het doolhof is mijn eigen beeld, voortgekomen uit wat ik in mijn praktijk zie. Het is niet wetenschappelijk onderzocht.