Ik weet nog precies waar ik zat.
Een vergaderruimte met de deuren dicht.
De lucht zwaar.
De ruimte waar je weet dat er iets gaat gebeuren, nog voordat iemand het uitspreekt.
Voor me lag een lijst met namen.
Niet zomaar namen, maar gezichten, stemmen, verhalen.
Mensen die ik zelf had aangenomen, mee had gewerkt, verhalen mee gedeeld.
We waren bezig met een reorganisatie.
Mensen zouden vertrekken.
Mensen zouden blijven.